Aanzuigproblemen met beregeningspomp of hydrofoorpomp
Af en toe horen we dat de zelfaanzuigende pomp (zoals de beregeningspomp en hydrofoorpomp) problemen heeft met het aanzuigen van water. In vrijwel alle gevallen gaat het hierbij om het aanzuigen van water uit een bron of put van enkele meters diep. Hoewel er vaak wordt gedacht dat het om een mechanisch probleem gaat, blijkt het dat in 99% van de gevallen een eenvoudigere oorzaak te vinden is.
In onderstaande video leggen we uit hoe u een beregeningspomp aansluit.
Maximale aanzuigdiepte
De maximale aanzuigdiepte van een reguliere beregeningspomp / hydrofoorpomp is ongeveer 8-9 meter. Deze
maximale aanzuigdiepte wordt bij iedere pomp aangegeven. Wanneer een pomp, het water van 9 meter of dieper aan moet zuigen, dan zal een beregeningspomp / hydrofoorpomp niet volstaan.
Bij een waterniveau vanaf 8-9 meter, adviseren wij u om te kiezen voor een bronpomp. Deze wordt in de bron of put geplaatst en kan door haar hoge druk het water naar boven pompen.

Lucht, water en slangen
Een zelfaanzuigende pomp (beregeningspomp / hydrofoorpomp) is voorzien van een aanzuigslang en een afvoerslang. De aanzuigslang dient in het water van de bron te worden gehangen. Daarna kan de pomp worden gestart.
Wanneer de pomp haar zuigkracht niet behaald dan komt dit in de meeste gevallen door de aanwezigheid van lucht. Een gaatje, een niet perfect sluitende koppeling tussen slang en pomp of een knik in de slang kan er al voor zorgen dat de pomp (nog) niet naar behoren werkt.
Hoe los ik dit probleem op? (stappenplan)
Stap 1: Controleer de aanzuigdiepte
Probeer te meten vanuit welke diepte de pomp het water moet halen. Indien dit 8-9 meter of meer is, dan kan de pomp dit vrijwel nooit aan en is dit de reden waarom de pomp het water niet oppompt.
Stap 2: Controleer de aanzuigslang op vernauwingen
Bekijk en controleer de aanzuigslang op knikken en/of vernauwingen en verwijder deze.
Stap 3: Controleer de aanzuigslang op gaatjes
Een aanzuigslang is voorzien van een terugslagklep (deze zorgt ervoor dat water altijd een kant oploopt), welke onder aan de slang gemonteerd is. Koppel de slang los van de pomp, vul deze slang geheel met water, en koppel de slang gevuld met water weer vast aan de pomp. Als u de pomp inschakelt, kunt u de gehele slang controleren of er luchtbelletjes tevoorschijn komen. Als u luchtbelletjes ziet, dan kan dit lek snel en simpel gedicht worden, met een stuk tape.
Stap 4: Controleer de koppeling van de aanzuigslang op de pomp
De pompen en slangen die wij aanbieden zijn allen voorzien van schroefdraad. In sommige gevallen is het mogelijk dat het schroefdraad van de pomp en slang niet 100% luchtdicht zijn, terwijl deze wel perfect op elkaar passen. Om ervoor te zorgen dat hier geen lucht in het traject kan komen, kunt u het best gebruik maken van wat teflontape. Dit kunt u om het schroefdraad van de aanzuigslang tapen, waarna u de aanzuigslang vastdraait in de pomp. Teflon zorgt er uiteindelijk voor dat de bindingen beter op elkaar aansluiten en dat lucht geen kans krijgt om de pomp in te komen.
Stap 5: Controleer of uw tuinslang / persleiding niet te smal is
Om het water goed weg te kunnen pompen, is het belangrijk dat de tuinslang die op de pomp aangesloten wordt een minimale diameter heeft van 19mm. Een bredere tuinslang kan geen kwaad, een smallere wel. Wanneer de aangesloten slang of leiding te nauw is kan de pomp de watercapaciteit niet kwijt.
Het plaatsen van een kraantje op de persaansluiting van een pomp
Een kraantje op de persaansluiting van een pomp zorgt ervoor dat de pomp rustig kan opstarten. Tijdens het opstarten kan er namelijk nog lucht in de pomp of aanzuigleiding zitten. Als u dan meteen het hele systeem (bijvoorbeeld met sproeiers) van water wilt voorzien, zuigt de pomp niet goed aan.
Door het kraantje beetje bij beetje open te zetten, geeft u de pomp de kans om lucht kwijt te raken. Pas als de pomp goed aanzuigt, zet u het kraantje volledig open, zodat het water naar de sproeiers kan stromen.
Hoe gebruikt u het kraantje in de praktijk?
Monteer het kraantje vlak na de pomp, op de persaansluiting (dus waar het water de pomp verlaat).
Sluit uw slang of sproeisysteem aan op het uiteinde van het kraantje.
Vul de aanzuigslang en het pomphuis met volledig water.
Start de pomp terwijl het kraantje nog gesloten is.
Draai het kraantje langzaam een klein stukje open.
Eerst komt er lucht en water met gespetter.
Zodra er een constante waterstraal komt, weet u dat de pomp goed werkt.
Draai het kraantje dan volledig open. Het water gaat nu naar uw sproeiers of tuin.
Niet geholpen?
Mochten deze stappen in uw situatie niet hebben geholpen, dan kunt u altijd contact met ons opnemen. Dan zorgen we in overleg voor een passende oplossing.
Onderstaande video laat zien wat u nog meer kan doen om aanzuigproblemen te verhelpen.
