Niet alleen de juiste opstelling van een beregeningspomp of hydrofoorpomp is belangrijk, ook de manier waarop deze wordt aangesloten op leidingen is essentieel. Om een pomp optimaal te kunnen laten functioneren, moet het leidingwerk op de juiste wijze worden uitgezocht. Vaak gaat het hier fout, waardoor er nog veel winst mogelijk is als er beter gelet wordt op de leidingdiameters van een systeem! Hoewel u hierbij vaak een grotere investering dient te doen vooraf, heeft u er op termijn profijt van.

Montage van leidingen

Doorgaans maakt men gebruik van flenzen, schroefdraad of wartels voor het vastzetten van leidingen aan de pomp. Het is enigszins afhankelijk van het type pomp, welke manier van vastzetten het meest geschikt is. Om de flenzen te kunnen monteren, maakt men gebruik van een zogenaamde plaatpakking tussen beide flenzen. Deze plaatpakking moe bestand zijn tegen de vloeistof, die men met de pomp gaat verpompen. Daarbij mag er logischerwijs geen vuil in de leidingen terechtkomen tijdens de montage, omdat dit het functioneren van de pomp ernstig kan hinderen.

Zuigleidingen monteren

De mate waarin een pomp optimaal kan presteren, is van verschillende aspecten afhankelijk. Een van de meest voornaamste aspecten in het behalen van een optimale prestatie van de pomp, is de zuigleiding en bijbehorende aanzuigcondities. Het merendeel van de storingen in centrifugaalpompen ontstaat in deze zuigleidingen, waardoor een juiste montage van groot belang is.

We spreken van een goed gemonteerde zuigleiding, als deze voldoet aan de volgende eisen:

  • Verbindingen in de zuigleiding zijn vrij van luchtlekken of lekken met vloeistoffen;
  • De lengte van de zuigleiding is zo kort mogelijk gehouden, om eventuele leidingverliezen tegen te gaan;
  • Om luchtbellen te vermijden, is de zuigleiding oplopend naar de pomp toe gemonteerd;
  • Turbulentie en extra leidingverliezen in de zuigleiding zijn vermeden, door het aantal bochten in de leiding beperkt te houden. De straal van de gemonteerde bochten is daarnaast zo ruim mogelijk gemaakt;
  • De diameter van de zuigleiding is groter dan de diameter van de zuigopening van de pomp;
  • Het laatste stuk van de zuigleiding, voorafgaand aan de pompinlaat, is een recht stuk leiding;
  • Mocht een pomp niet-zelfaanzuigend zijn, waarbij het vloeistofniveau onder de pomp ligt, is een voetklep met een ruime doorlaat geplaatst;
  • Men heeft een afsluiter gemonteerd, als het vloeistofniveau zich boven de pomp bevindt;
  • Worden er verontreinigde vloeistoffen verwacht tijdens het pompen? Dan dient er een zuigkorf of vuilvangrooster geïnstalleerd te zijn in de leiding;
  • Om kolkvorming zo goed mogelijk te vermijden, is het uiteinde van de zuigleiding zo ver mogelijk onder het vloeistofniveau geplaatst;
  • Er is zo goed mogelijk geprobeerd om een vrije instroming in het zuigreservoir tegen te gaan. Dit kan namelijk zorgen voor het ontstaan van luchtbellen in de te verpompen vloeistof, wat de prestaties van de pomp verhinderd.

De persleiding

Naast de zuigleiding van een pomp, dient ook de persleiding bij een centrifugaalpomp te worden gemonteerd. Bij het monteren van een persleiding van een pomp, worden andere eisen gesteld dan aan de zuigleiding. Zo dienen de geldende normen voor de minimale en maximale stromingssnelheid en voor de minimale leidingdiameter voor het gebruik van de pomp te worden nageleefd bij het bepalen van de leidingdiameter.

Zie voor de meest voorkomende problemen bij het aanzuigen ons blogbericht: Aanzuigproblemen bij beregeningspomp / hydrofoorpomp